Hoe het begon…
Deze nieuwe rubriek is vooral niet bedoeld om in een extensieve opsomming het Hifi-systeem thuis te beschrijven en daarmee te laten zien wat er zoal te ‘halen’ valt – mits men van kwade zin mocht zijn – noch poenerig te doen door te laten zien hoe hoog het bedrag onder aan de streep wel niet is. Nee, het moet vooral gaan over wat muziek voor je betekent en in hoeverre het Hifi-systeem een middel kan zijn om een zo groot mogelijk luisterplezier kan ontfutselen aan die in wezen ‘dode’ apparaten. In deze eerste keer doe ik de aftrap.
Het begon allemaal met de nood-zakelijke bijbaantjes. Die had ik bij de slager, de boekhandel, de bloemist. Later kwam er een krantenwijk. In de zomervakantie van 1969 werkte ik op de wasserij van het ziekenhuis en daarna op een boerderij. Doel van die vakantie was een draagbare transistorradio bij elkaar te sparen. Dat moest een Grundig ‘Yacht Boy’ worden. Het werd een Nordmende omdat de Grundig te duur was. Als ik mij goed herinner kostte die Nordmende 179 DM, want ik kocht ‘m in Duitsland, alwaar ik ook een baantje op die boerderij had. De radio werd voorzien van een houten kast, gemaakt als tegenprestatie door de amanuensis van school voor het meenemen van de ochtendkrant. Die kast werd aan het stuur bevestigd van mijn Berini M17, en zo toerde ik door de stad, zonder overigens dat iemand daar last van had… dat deed je toen niet.
Het kriebelde en er moest ook een elektrogrammofoon komen, je weet wel zo’n Philips met in het deksel van de koffer de luidspreker. Mijn eerste elpee was van Melodia – een Russisch label – met het Tweede pianoconcert van Rachmaninov, gespeeld door Sviatoslav Richter met het USSR Symfonie Orkest onder Gennadi Rozhdestvensky. Kostte 6,95 guldens, oftewel twee weken boeken, bloemen en onsjes ham rondbrengen. Er kwam een kras op die elpee, dus moest er een nieuwe komen, na wederom twee weken weliswaar, maar deze versie staat nog krasvrij in mijn collectie.
Toen het ‘grote’ geld binnenkwam – met alweer werken op diezelfde boerderij, nu met zeer zwaar en smerig werk – was er een bedrag bijeengespaard om een versterker, een platenspeler en twee luidsprekers aan te schaffen. Het is het jaar 1977, ik kan er een jaartje naast zitten. De versterker was een Scott A236, twee keer krap 20 watt en als platenspeler de toen onvermijdelijke Pioneer PL12D, waarin een ADC 220XE-element was gemonteerd. De luidsprekers waren Svenska 1010 en ik kon mij de bezitter noemen van een heuse ‘stereo’. Totale uitgave plusminus 1200 gulden. Overigens gingen in die jaren alle gesprekken op feestjes, partijtjes en in wandelgangen alleen maar over stereo! Waar is die goede oude tijd?
Om nog meer muziek te kunnen draaien wilde ik een cassettedeck. Op de eerste plaats omdat mijn honger naar muziek niet te stillen was en ten tweede omdat ik me nooit en te nimmer een tapedeck zou kunnen veroorloven. Ik stond vaak met mijn neus tegen de etalageruit gedrukt om die Sony TD136SD te bewonderen, de portemonnee was echter leeg en voorlopig bleef dat zo…
Later werd ik bezorger bij een audiospeciaalzaak, waar ik op zaterdag met een collega een tot de nok gevuld bestelbusje bij de mensen thuis de installatie aan kwam sluiten. Toen begon het eigenlijk pas eerst serieus te worden met dat HiFi-virus… Al ras werd het element vervangen door een Nagaoka JT233 en kwam ik van lieverlee in de verleiding inruilertjes te bemachtigen. De Pioneer werd een Thorens en later een Kenwood, de Svenska’s werden B&W D5-jes en later DM2A-‘s, aangestuurd door een Phase Linear 200B met een SAE MkXXX voortrap. Daarna is een bonte verzameling van alles en nog wat het huis in en uit gekruid. De honger naar muziek bleef doorgaan en werd gestild door de platencollectie van de openbare bibliotheek op cassette te zetten, waarbij van menig deck werd gewisseld. Het eerste deck werd toch die eerder genoemde Sony maar meestal waren het Akai’s want een Nakamichi, toen samen met Teac je-van-het, zat er qua prijs niet in.
Eén voorval wil ik u niet onthouden. Op een dag zou ik een reparatie terugbrengen naar een klant. Meteen bij de eerste stap op de deurmat hoorde ik iets dat me direct boeide. Eenmaal in de woonkamer zag ik ze staan, bovenop een Bruynzeel boekenstelling: de Quad elektrostaat, aangesloten op de 33/303. Het cassetedeck was gerepareerd en moest teruggeplaatst, maar de Thorens draaitafel speelde de sterren van de hemel op die Quad-set. Niet lang daarna was het zo ver. Als eerste kwamen de elektrostaten en later het technisch gesproken onvermijdelijke 33/303-setje, en daarmee was het vervangen van de apparatuur ook ten einde. Voorlopig althans. De zaterdagbaan werd full-time en van lieverlee passeerde van alles de revue. High End en Mid-End en voor de rest adviseerde ik de klant om naar het warenhuis om de hoek te gaan. Iedereen blij.
In 1986 trad ik in dienst bij de firma TransTec te Rotterdam, importeur van… ja, Quad, KEF en Nakamichi. In datzelfde jaar kwam de 606 op de markt. Natuurlijk veel te groot voor de ESL’en, maar door mijn voorlichtende taak in de demonstratiekamer had ik toch mijn oren laten vallen op de ESL63. Ook die kwamen er natuurlijk, evenals de andere componenten van het 66-systeem. Daarnaast bleef de honger naar muziek maar niet te stillen. De CD-collectie groeide nu gestaag. Ik was verder in de gelukkige omstandigheid dat ik er een eigen luisterkamer op na kon houden, waardoor er in de woonkamer een Nakamichi receiver en CD-speler en twee RR101-tjes van KEF kwamen te staan. Weer iedereen blij…
Bovenstaande heeft jarenlang tot groot genoegen de muzikale diensten verricht en doet dat nu nog steeds. Door de verandering van werkkring, eerst labelmanager bij een klein klassiek platenlabel, vervolgens werkzaam als hoofd verkoop en promotie bij een technische uitgeverij om tot op de dag van vandaag hoofdredacteur van HVT te zijn, is het evident dat ik met veel apparatuur in aanraking kom. Er kwamen DAT-recorders, CD-spelers, luidsprekers en noem maar op. Toch staat die Quad-installatie nog steeds te spelen. Is die Kenwood draaitafel nog in gebruik en is de set in de woonkamer nog volop in functie.
Een lijstje maken van de elektronica die bij mij thuis staat, zou wel eens een heel lange kunnen worden, maar de muziekcollectie is vele malen harder gegroeid en dus groter. In dertig jaar met muziekdragers bezig te zijn kan dat ook bijna niet anders. Elpees, CD’s, cassettes en tapes, teveel om nog allemaal te beluisteren, maar wie wil ze kwijt? Ik niet!
Dit dozijn opnames – dat is het maximum – gaan mee naar het onbewoonde eiland,
in willekeurige volgorde:

1.) F. Schubert, ‘Rosamunde’ / Elly Ameling, Gewandhausorchester Leipzig, Kurt Masur (Philips 412 433-2)
Waarom? Ik heb geen opname die zó de sfeer van Schubert ademt.

2.) W.A. Mozart, G. Rossini ‘Aria’s’ / Frederica von Stade, Rotterdams Philirmonisch Orkest, Edo de Waart (PentaTone PTC 5186 158)
Waarom? Mozart zelf (sic) vond deze opname ook subliem; hij laat dat horen via de klarinet, die over de schouder van Frederica mee musiceert.

3.) J.S. Bach ‘Goldberg Variaties’ / Glenn Gould (CBS CD37779)
Waarom? De meest ‘persoonlijke’ opname; muziek van een genie, gespeeld door een genie.

4.) W.A. Mozart Symfonieën 26 t/m 29 / Concertgebouworkest, Josef Krips (Philips 426 974-2)
Waarom? Mozart in volledige balans, de juiste tempi en in de best mogelijke bezetting.

5.) L. van Beethoven Symfonie 6 ‘Pastorale’ / Berliner Philharmoniker, Herbert von Karajan (DG 463 088-2, en smokkel ik de andere symfonieën gelijk mee…)
Waarom? Zonder Beethoven gaat het leven niet, en de Pastorale is mijn favoriet
6.) L. Bernstein ‘Wonderful Town’ / London Voices, Birmingham Contemporary Music Group, Simon Rattle (EMI 5 56753 2)
Waarom? Wat een ‘drive’, daar word ik blij van.

7.) L. van Beethoven ‘Geister Trio’ & ‘Erzherzogs Trio’ / Beaux Arts Trio (Philips 412 891-2)
Waarom? Het beste trio.

8.) A. Dvorák Symfonieën 7 / 8 & 9 / Budapest Festival Orchestra, Iván Fischer (Channel Classics CCS SA 30010 / SA 90110)
Waarom? Wie schreef mooiere melodieën dan deze Bohemer?

9.) J. Brahms ‘Serenades 1 & 2’ / Scottish Chamber Orchestra, Sir Charles Mackerras (Telarc CD-80522)
Waarom? Heerlijke muziek; romantisch, vol, goed in het gehoor liggend.

10.) W.A. Mozart Piano Concerten Vol.6 / Christian Zacharias, Orchestre de Chambre de Lausanne (MDG 940 1646-6)
Waarom? Perfectie in uitvoering, met veel adem, perfectie zonder weerga.

11.) R. Strauss ‘Vier letzte Lieder’ / Elisabeth Schwarzkopf, RSO Berlin, LSO, George Szell (EMI CDC 7 47276 2)
Waarom? De toonzetting van het begrip schoonheid.

12.) Fritz Wunderlich zingt Beethoven, Haydn, R. Strauss (Philips 420 852-2)
Waarom? De ideale tenor!
èn
Oscar Peterson ‘A Night in Vienna’ (Verve)
Waarom? Every inch music!


The Beatles 1962-1966 & 1967-1970
Waarom? Do I have to say more?
Hebt u ook zo’n verhaal als bovenstaand?
Stuur het op naar
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
liefst in een ‘Word’-document en aangevuld met foto’s. Bij plaatsing ontvangt u een fraaie verrassing.