Hi Stands

Nu in de winkel - HVT mei

Cover HVT0513

Agenda & Events

Luidsprekers

Final Elektrostaten

Gegevens
Categorie: Luidsprekers
Gemaakt op maandag 20 juni 2011 00:55
Geschreven door Redactie HVT

Twee Final’s 400i’s compleet met subwoofer S200 werden in november jongstleden bij mij voor een test afgeleverd terwijl ik de nieuwste QUAD full range elektrostaten nog aan het testen was. Dat was voor mij een mooie aanleiding om me weer eens goed in de achterliggende principes van elektrostaten te verdiepen en bij Final op bezoek te gaan, want het bleek dat er, ook bij toepassing van het elektrostatisch principe in luidsprekers, meerdere wegen naar (muziekgenot in) Rome leiden. Op het basisprincipe van een elektrostaat en de verschillen met dynamische speakers ging ik uitgebreid in bij de QUAD 2805 recensie. Hier komt uiteraard hetgeen dat specifiek voor Final is aan de orde.

Het Nederlandse merk Final werd in 1991 opgericht door Michiel en Maarten Smit die als studenten al een hybride luidspreker hadden ontwikkeld met een dynamische speaker voor de bas en een elektrostaat voor midden en hoog. Het bedrijf richtte zich op ‘audiofiel’ publiek. In 2002 lukte het de onderneming om de elektrostatische panelen zodanig te vereenvoudigen dat ook een opstelling naast platte beeldschermen mogelijk werd en bovendien de productiekosten omlaag gingen. Het leverde zelfs een patent in de U.S. op. Daarop kwam er nieuw geld en management in de onderneming. Dat betekende niet alleen uitbreiding van de markt en geproduceerde modellen, maar ook verdere technische ontwikkeling waardoor in 2004 een nieuw patent werd gedeponeerd, namelijk voor een zo genoemde ‘Inverter Technology’.

Patent
Een beetje vereenvoudigd en kort gezegd komt het erop neer dat de statische lading niet tussen de twee geperforeerde vaste platen enerzijds en het daartussen gespannen membraan anderzijds wordt aangelegd, maar tussen de beide vaste platen. Het geluidssignaal wordt dan, na transformatie, aan het membraan toegevoerd met de gezamenlijke geperforeerde platen als aarde. Deze werkwijze is andersom bij alle andere elektrostaten en maakt dat de metalen, met kunsthars gecoate, statoren van Final gevaarloos aanraakbaar zijn (ze zijn wel hoog opgeladen maar kunnen geen stroom leveren) en geen verdere isolatie of stofafdichting nodig hebben. Een bij Final toegepaste isolerende coating op de geleidende laag van het membraan speelt daarbij ook een rol. Zodoende kunnen de panelen dun en slank blijven en hebben als niet onbelangrijk voordeel tòch een officiële goedkeuring gekregen, zelfs in de U.S. waar men bijzonder ‘verzot’ is op productaansprakelijkheid. Het procédé heeft nog twee belangrijke voordelen.Ten eerste. Doordat bij deze inversie het membraan de ruimte tussen de statoren als het ware in twee ‘dunnere’ condensatoren van de dubbele capaciteit verdeelt, is de ‘akoestische lading’, bij gelijkblijvend signaalniveau vier keer zo hoog - want bij een condensator is lading gelijk aan elektrische spanning vermenigvuldigd met de capaciteit. Dat geeft de mogelijkheid om met een lagere signaalspanning te werken en dus de zo belangrijke transformator voor de signaalspanning relatief veel minder te laten doen.Tel daarbij het feit dat een elektrostaat die de laagste octaven niet hoeft weer te geven om die reden al een kleinere afstand tussen de statoren nodig heeft, dus sowieso een hogere capaciteit, en duidelijk wordt waarom Final de ingangstransformator bij veel kleinere dimensies heeft kunnen optimaliseren. Gevolg: minder gewicht en volume en/of meer kwaliteit. Ten tweede. Door de platte niet gebogen opbouw lenen de luidsprekerelementen er zich goed voor om eenvoudig verlijmd te worden en kan een rigide constructie bereikt worden met eenvoudig te produceren aluminium profiel aan de zijkanten. Gevolg: weer aanzienlijk lagere productiekosten. Er is nog een aantal meer relatieve voordelen te noemen, zoals de relatief gemakkelijke aansturing, maar belangrijker lijkt mij in te gaan op de asymmetrische verdeling van het membraan in een smalle strook voor de hoogste frequenties en de rest van de breedte voor het midden/laag, waardoor sprake is van een linker of rechter luidspreker. Deze verdeling wordt eenvoudig verkregen door een heel smal strookje niet van geleidende coating te voorzien. Goed zichtbaar echter wordt het membraan in vier banen verdeeld door twee kunststof stroken, die de afstand tot de statoren fixeren. De plaatsing van deze ‘spacers’, één op de scheiding tussen hoog en midden/laag en de ander asymmetrisch ergens op het midden/laag gedeelte, is zodanig gekozen dat resonanties elkaar niet versterken maar meehelpen om ‘het laag mooi te laten verlopen’ zoals Ronald Buining, development manager van Final, het uitdrukte. Ook deelde hij nog mee dat er lang en met nogal verschillende interactieve ontwerpstappen aan het gewenste afstralingspatroon is gewerkt.

Installeren en luisteren
Het uitpakken en opstellen van de slanke panelen is een fluitje van een cent. Ze wegen slechts 5,4 kg en het monteren van de voeten is ook al niet moeilijk. Even opletten dat er een linker en rechter paneel is. De smalste membraansegmenten naar elkaar toe is de goede opstelling. Bij mij werkte een halve meter uit de zijwand en ongeveer 120 cm uit de achterwand, iets naar elkaar toe gedraaid het beste. De subwoofer weegt uiteraard meer, maar is toch goed hanteerbaar. Aansluiten is ook niet moeilijk, de gebruiksaanwijzingen van de subwoofer en van de panelen zijn duidelijk. Mijn stereo versterker heeft een ‘pre out’ waarbij zowel links als rechts moeten worden gebruikt. Bij gebruik van een surroundreceiver of -versterker is meestal een enkele ‘pre out’ uitgang voor een subwoofer voorhanden waarbij links en rechts al gesommeerd zijn. In dat geval maakt niet uit of de links- of rechts-ingang van de subwoofer wordt gebruikt, want die sommeert ook. Het geheel heb ik aangesloten op mijn Rotel RA 1062 versterker met als signaalbronnen een Sony 333ES SuperAudioCD/CD-speler, een Dual 714Q platenspeler met Denon DL-304 m.c. element en een Pure Tempus-1 DAB tuner. Het phonotrapje van mijn onvolprezen Denon A377 diende als ‘front end’ voor de DL-304. Met oog op mijn nogal royale luisterruimte, ruim 100 kubieke meter, had Final hun grootste subwoofer geleverd. Dat bleek goed te werken, waarschijnlijk beter dan een kleiner model relatief harder te moeten zetten. Het instellen van fase, crossover frequentie en volume van de subwoofer ten opzichte van de panelen is een kwestie die voor iedere luisterruimte verschilt. Dat moet ter plaatse op gehoor gebeuren. Let er op dat een mens heel snel aan een overmaat van lage tonen went en dat dat ook nog verslavend is. Laten we zacht zijn voor onszelf en de buren!

Muziek
Om te beginnen legde ik de LP Philips 6542 334 (van 1977) op de draaitafel, het Beaux Arts Trio, piano viool en cello met Haydn trio’s.Technisch luisterend is hier voor mij altijd een goede weergave van de transients in de pianoklank en een zijde-achtig hoog in de strijkersklank van belang; de zachte maar mooi gedefiniëerd opgenomen cellotonen geven mij een indicatie voor een al of niet goed geproportioneerd middengebied. Die transients en ‘zijdeklank’ waren er meteen, dat middengebied, met name het lagere deel daarvan, kwam prima in orde door bij de subwoofer het hoogste kantelpunt (225 Hz) in te stellen. Om te voorkomen dat ik voor de zoveelste keer intens van die hele plaat ging zitten genieten, legde ik de volgende schijf op de draaitafel: Pablo 2310 721 (1972) Duke Ellington piano en Ray Brown bas onder de titel ‘This one’s for Blanton’. Gezien, of liever gehoord, de felheid waarmee Ellington in het hoogste gebied van de piano ‘te keer gaat’ en anderzijds de prominente rol voor de contrabas, krijg ik hier altijd een goede indruk van de prestaties van luidsprekers (en van een pick up element) in de extreme gebieden van het hoorbare geluidsspectrum. Zoals bij het Beaux Arts Trio kreeg ik ook bij deze oude getrouwe en prima opgenomen schijf de neiging om lekker onderuit te gaan zitten genieten en heb dat dan ook maar even gedaan. Al genietend realiseerde ik mij ineens dat ik, als oude QUAD ESL-fanaat luisterend naar andere luidsprekers, me nu eens niét begon te ergeren aan toch weer een beetje kastkleuring en toch weer een beetje te veel op je afkomend midden. Nee, het vertrouwde neutrale ongekleurde brede middengebied, naadloos overlopend tot in onvervormd en transparant hoogste hoog was er gewoon allemaal. Wat mij betreft nog een bekentenis: ik hèb het niet zo op subwoofers. En wat bleek nu? Zoals gezegd kreeg ik dat lage middengebied, ergens zo tussen 100 en 400 Hz, goed op zijn plaats. En wat het laagste laag betreft valt er met deze sub, waarbij de fase continu regelbaar is, heel acceptabel te leven. Mij beviel een opstelling waarbij de sub niet te ver uit het midden van de speakers verwijderd staat het beste. Dat zo maar ergens achter de bank zetten van een sub, wat je nogal eens hoort, lijkt mij toch een verkoopverhaal. Na deze constateringen beluisterde ik een opname die ik kort tevoren via de DAB tuner, digitaal naar een harddiscrecorder, van een rechtstreekse radiouitzending maakte. Het Julliard strijkkwartet met Heinz Holliger hobo vanuit de kleine zaal van het Concertgebouw te Amsterdam. Even afgezien van het ongelooflijk mooie samenspel van deze wereldmuzikanten, was het heel interessant om zo duidelijk het verschil in podiumopstelling te horen bij de stukken waarin Holliger meedeed in plaats van de eerste violist! Het geschuif met de stoelen daarbij kwam wel héél levensecht mijn kamer binnen en completeerde het gevoel ‘to be there’. Hierna een eigentijdse muzikant: Diana Krall met haar beroemde Parijse concert. Wat is deze dame toch een geweldige virtuoos swingende en improviserende jazzpianiste, afgezien van haar overige niet geringe kwaliteiten, waaronder het engageren van formidabele begeleiders. Deze keer deed ik mijn best heel goed naar die stem te luisteren in het nummer ‘I don’t know enough about you’ (hetgeen klopt). Stemmen zijn geweldig om naar detail in het middengebied te luisteren. Nou, ook daaraan mankeerde het niet. Helaas zit in deze live-opname een behoorlijke overmaat aan laag, zodat ik naar afstandsbediening voor de sub begon te verlangen. Die is er niet, dus heen en weer lopen en helemaal wegdraaien die sub. Maar ja, dan gebeurt er ook iets met het timbre van die stem en andere geluiden in het middengebied. Overigens bleken de 400i’s nu wel tot behoorlijk ver in het laag mee te kunnen. Je zou bijna een equaliser willen hebben, want de rest van live opname is heel behoorlijk. Hierna een LP van Elly Ameling, een heel andere dame met een stem waarvan ik het timbre goed ken. Liederen van Francis Poulenc en Dalton Baldwin aan het klavier, EMI 2C 165-16231. Een prachtig weergegeven studio-opname van doorzichtige Franse liedkunst uit het begin van de vorige eeuw.Volume van de sub weer op normaal en genieten geblazen. Weer terug naar de jazz met een zo geheten ‘Original Master Recording’, Atlantic UDCD 632. Een heel goed naar CD verdoekte analoge opname uit 1958 van Sonny Rollins, begeleid door het Modern Jazz Quartet. Ik herinner me de LP van destijds nog vrij goed met een beetje opgepept hoog van de bekkens van slagwerker Connie Kay, de wat afstandelijk gevoileerde piano van John Lewis en de flink van galm voorziene vibrafoon van Milt Jackson. Het kwam met die expressieve tenortoon van Sonny Rollins allemaal als een ‘ducument humain’ uit deze Final luidsprekers rollen. De muzikale prestatie is nog altijd heel spectaculair en nostalgische gevoelens werden mijn deel, want ik heb dat MJQ destijds ook wel in het echt gehoord. Over spectaculair gesproken, daarna draaide ik de ook heel behoorlijk op CD gezette Verve opname ‘Bashin’ van Jimmy Smith begeleid door een orkest onder leiding van Oliver Nelson,Verve 823 308-2. De opname werd oorspronkelijk in 1962 gemaakt door Rudy van Gelder, de man die precies wist hoe je moet manipuleren om een jazzopname niet alleen akoestisch overweldigend te laten klinken maar ook muzikaal. Ik adviseer de mensen van Final om het nummer ‘Ol’man river’ van deze heerlijke CD als uitsmijter te gebruiken bij demonstraties. Een meer subtiel karakter heeft de Concord LP: CA 94522. Een zowel muzikaal als technisch hele mooie opname van ‘LA4’: Laurindo Almeida gitaar, Bud Shank fluit en altsax, Ray Brown bas en Shelly Manne slagwerk. Met name de solo van laatstgenoemde in het nummer ‘St.Thomas’, waarbij hij als een paukenist op verschillende trommels speelt, is ‘gefundenes Fressen’ voor elektrostaten. Heel levensecht gaven de Final membranen hier de gonzende trommelvellen weer die, dankzij het uitstekende fasegedrag en afstralingspatroon van de 400i’s, strak op hun plaats in de ruimte tussen de speakers te horen waren. Ik kreeg er, natuurlijk ook door de muzikale prestatie, weer kippenvel van.

Conclusie
Eerder noemde ik mijzelf hier al een oude QUAD ESL fanaat die het niet zo op subwoofers heeft. In alle eerlijkheid valt er dan aan een enigszins vergelijkende conclusie niet te ontkomen. Ik laat het aanzienlijke verschil in uiterlijk daarbij geheel buiten beschouwing. Het hier geteste Final luidsprekersysteem kost € 3.799. Dat is 350 Euro meer dan de helft van wat twee full range QUAD 2805’s gaan kosten (even rekenen lezer…!, red.). Mijn bevindingen tijdens deze test doen mij dan concluderen dat deze hybride Final stereocombinatie een meer dan uitstekende prijs / kwaliteitsverhouding biedt.Tja, de laatste stukjes verbetering in kwaliteit zijn altijd relatief duur. Mijn advies luidt: als u geld overheeft voor top geluidskwaliteit, maar het bedrag voor een stel full range elektrostaten u een hele stap te ver is, ga dan zeker naar deze Nederlandse Final combinatie luisteren, of liever: vraag ze thuis op proef. Voor meer informatie Final Sound Solutions BV, tel. +31 (0)413 311 115 / www.Finalsound.com.

Nawoord Final
In 2004 werd door een groep investeerders alle assets en het grootste deel van het personeel overgenomen. Het bedrijf werd verder versterkt met een aantal vakspecialisten en een nieuw managementteam. Dit stelde Final Sound in staat om haar InverterTM-technologie verder te ontwikkelen en patenten hiervoor te deponeren. De belangrijkste differentiatiepunten van deze technologie zijn onder andere een bredere horizontale spreiding van het geluid, resulterende in een sterk verbeterd stereobeeld en probleemloze aanstuurbaarheid door betaalbare versterkers. Een verder belangrijke mijlpaal die verleden jaar werd gerealiseerd is de strategische samenwerking met Jabil Circuit Inc., een Amerikaanse OEM-fabrikant van consumer goederen welke de voorbije jaren een aantal Philips fabrieken heeft overgenomen waaronder het CD Centre of Competence in het Belgische Hasselt. Specialisten die destijds aan de wieg hebben gestaan van het succes van de CD en DVD werken nu aan het ontwerp en fabricage van de Final Inverter elektrostatische speakers.

Toon tests per categorie

  • Luidsprekers

  • Versterkers

  • Draaitafels

  • Cd spelers

  • Hoofdtelefoons

  • iPod docks

  • Mediaspelers

  • Stereo sets

  • Meerkanaals sets

  • Televisies & Flatscreens

  • DVD en Blu-ray Spelers

  • Projectoren

  • kabels

  • Overig

HVT.nl

Denon
Beleef het! KEF R-Series

linkedin zwfacebook zwtwitter zwrss zw

HVT   HVT Extra   Hifi Retail

Home
Nieuws
Artikelen
Tests
Over hvt.nl
Contact
Alle Hifi Winkels
Tips

Contact

Hifi Video Test - HVT

Kerkenbos 10-33
6546 BB Nijmegen
Postbus 155
6500 AD Nijmegen

Tel: 024-372 29 00
Fax: 024-388 60 17

Mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Web: www.hvt.nl

Pagina's

Over HVT.nl
Contact

Agenda & Events

Sitemap

Volg HVT

Volg HVT op FacebookVolg Ons! TwitterVolg Ons! LinkedInVolg HVT via RSS

 

Login

  • Gebruikersnaam/wachtwoord verloren?