VIP

VIP: KEF Blade One Meta luidspreker

De vorming van KEF’s Metaversum

Door Ernst Neve, HVT 3, maart 2022

Na de metamorfose van de klassieke KEF LS50 in oktober 2020, in december van datzelfde jaar opgevolgd door die van de LS50 Wireless, is het nu de beurt aan de Blade serie van hetzelfde merk. De kenmerken beginnen zich langzaam af te tekenen van wat ik zou willen dopen tot het Metaversum. Het lijkt er bijna op dat de LS50 Meta en LS50 Wireless II, zoals de opvolgers officieel zijn gedoopt, de lakmoesproef voor het nieuwe ecosysteem zijn geweest.


De KEF connaisseurs onder ons weten waarschijnlijk dat het verhaal van KEF zijn aanvang nam in het jaar 1961 met de oprichting door Raymond Cooke. Zijn lijfspreuk luidde: “De integriteit van het origineel zoveel mogelijk intact te laten” wat tevens zijn speurtocht verklaart naar absorberende materialen in de behuizing van een luidspreker. Het combineren van verschillende materialen kende een hoogtepunt in 1970 met de levering van de drivers van de LS3/5A, de originele BBC-monitor. Het experimenten met diverse materialen gedurende de periode 1967 (in de KEF Cresta I en II, de Coda en de Reference 101) heeft uiteindelijk geleid tot het ontstaan van de Uni-Q unit, de eerste luidspreker van het merk waar de tweeter in het akoestisch centrum van de (mid)woofer is gemonteerd. Het gevolg van deze constructie die ook wel point source of puntbron wordt genoemd, is dat de luidspreker zich als één geheel gaat gedragen en het fasegedrag optimaal is. Inmiddels is KEF bij de 12e generatie van de Uni-Q beland.

Labyrint

De laatste innovatie begon allemaal met wat KEF zelf ‘de ontdekking van de eeuw’ noemde. De toepassing van het zogenaamde Metamateriaal, dat KEF in samenwerking met de Acoustic Metamaterial Group heeft ontwikkeld. De Metamaterial Absorption Technology, kortweg MAT, staat voor de bekroning op jarenlang intensief onderzoek op een gebied waar al decennia geen noemenswaardige vooruitgang is geboekt. De kroon op hun inspanningen is de ontdekking van materiaal dat over bepaalde akoestische eigenschappen beschikt, wanneer het in een labyrint-achtige vorm van sterke invloed is op de absorberende effecten van specifieke frequenties. Wat erin valt, komt er eigenlijk niet meer uit, vandaar KEF’s analogie met een zwart gat. In dit geval een akoestisch zwart gat.

Uni-Q in de Blade One (en Two) Meta en meer

Dat we spreken van het KEF metaversum is niet per ongeluk. Het bedrijf verstaat als geen ander de kunst hun luidsprekers bij geboorte het KEF DNA mee te geven. Welke KEF je ook beluistert, uitgerust met de Uni-Q beschikken ze allemaal over de signatuur van het merk. Nu naast de LS50 Meta en de LS50 Wireless II ook de Blade One en Two zijn uitgerust met de laatste generatie van deze iconische unit, ligt het in de lijn der verwachtingen dat de rest van de series er tevens aan moeten geloven. Da’s een kwestie van tijd, mark my words… De toepassing van de laatste Meta generatie Uni-Q is zeker niet het enige dat de uiteindelijke klank van deze twee topmodellen bepaalt, maar past wel degelijk in het grotere verhaal. Beide Blade modellen zijn van het drieweg bassreflex systeem. Uiteraard tref je aan de ranke voorzijde de tweeter en midwoofer, maar aan de behoorlijk diepe zijkanten zijn maar liefst twee woofers per kant gemonteerd, hetgeen het totaal op vier brengt. Vier x 6,5 inch voor de Blade Two en vier x 9 inch voor de Blade One die ook wat hoger, breder, dieper en zwaarder is dan z’n kleinere broertje. Maar gooien die woofers dan geen akoestisch roet in het eten, zou je misschien denken?

Single Apparent Source

Het antwoord op die vraag is driewerf nee. Eentje per weg, zou je kunnen zeggen. Het geniale zit ‘m in dit geval in de combinatie van de nieuwe Uni-Q driver met de vier woofers die in twee paren bijna tegen elkaar in de kast gemonteerd zijn. Door deze manier van montage treedt er zogenaamde Force Cancelling op. Dit betekent zoveel als dat de energie van beide woofers die normaliter naar achteren wordt uitgestoten en voor allerlei narigheid in de luidsprekerkast zorgt (reflectie, staande golven, etc), elkaar geheel opheffen. Door de twee paren samen te laten spelen, en dusdanig te positioneren dat ze samen met de Uni-Q in het akoestisch centrum gaan afstralen, ontstaat de Single Apparent Source. De vier woofers en de point source Meta Uni-Q gedragen zich vervolgens samen als één grote speaker. In de behuizing blijft trouwens ook veel minder energie over die vervolgens gedempt zou moeten worden. En dat is fijn, want demping kan wel degelijk leiden tot doodgeslagen laagweergave. De uitgekiende interne versteviging van de behuizing zorgt er tenslotte voor dat de verbeterde cross-overs minder te verduren krijgen en alleen hierdoor al beter hun werk kunnen doen. Tel hierbij de inmiddels beproefde en unieke vorm van de Blades op en je houdt een ontwerp over dat aan de buitenzijde als het ware akoestisch onzichtbaar is voor het geluid dat zich over de luisteraar laat draperen als een warme deken van pure muziek. Na de Concept Blade, en de Blade mag de Blade One Meta met een gerust hart wat mij betreft nu al het predicaat iconisch krijgen.

Raad van wijze, luisterende mensen

Als je de toegepaste techniek van de nieuwe Blades laat binnenkomen, en je laat het filmpje over de originele Blades waarin ontwerper Dr. Jack Oclee-Brown aan het woord komt, nog eens aan je geestesoog voorbijkomen, dan ontkom je niet aan het besef dat het de jeugd is die de wereld moet redden. Want jeetje, wat was die gast toen jong en die film is maar een paar jaar oud. Nu heb ik inmiddels zelf Jack een aantal keer mogen ontmoeten en ben tot de conclusie gekomen dat hij over een oude geest moet beschikken. De jongeman is ongelooflijk wijs voor zijn jeugdige leeftijd en superbeleefd. Hij luistert alsof zijn leven ervan af hangt en spreekt zonder te preken. Hij vertelt over het belang van zijn simulatie in het ontwerp, maar betoogt zonder blikken of blozen dat het menselijk gehoor bepalend is voor de klant. Het zal dan ook niet verbazen dat KEF een raad van wijze en vooral luisterende mensen heeft, die hun goedkeuring uitspreken voordat de uiteindelijke versie het levenslicht mag zien. Je zult begrijpen dat ik vereerd was toen ik werd uitgenodigd om als eerste in Nederland te komen luisteren naar de nieuwe Blade One Meta. Na het tekenen van een zogenaamde NDA mocht ik afreizen naar Listening Matters te Den Haag, die de nieuwe speeltjes in hun achterkamer hadden verstopt en lieten inspelen met een reusachtige Hegel versterker, de H590. Een combinatie die bij mij bekend is, en staat voor een gelukkig huwelijk.

Allemaal high end wat de klok slaat

Er hing een wat jolijtige sfeer in het Haagse etablissement dat het predicaat high end met recht mag dragen. Natuurlijk door de primeur die ons allen te beurt viel, maar zeker ook door het feit dat ik Marc, Ben en uiteindelijk ook hun nieuwe aanwinst Kris mocht huggen, zonder ons al te veel drukte te maken over ‘het virus’. Voor mij was het bijvoorbeeld al meer dan twee jaar geleden dat ik op deze plaats delict was. Ik voelde me dan ook als Columbo toen ik mijn ogen langs al het moois liet gaan dat er uitgestald was. Alleen de regenjas, sigaar en glazen oog ontbraken. Toen mijn aanvankelijke nieuwsgierigheid bevredigd was, het ijs was gebroken door verschillende conversaties en heerlijke koffie, konden we de reis naar de luisterruimte aanvaarden waar de Blades stonden opgesteld. Al slenterend stoof ik op de nieuwe luidsprekers af om ze aan een nadere inspectie te onderwerpen. Het eerste dat opviel was de duotoon uitvoering van Uni-Q in deze asgrijze Blades. Navraag bij Joas van Elsacker, KEF’s steun en toeverlaat, leerde dat verschillende uitvoeringen van de Uni-Q in vijf standaardkleuren mogelijk zijn. Behalve de in de grijze kleur meegespoten voet, kon ik verder geen verschillen met het voorgaande model ontdekken. Het was tijd om mijn poezelige bippus in de luistersofa te parkeren om vervolgens de playlist van de gastheren Marc en Ben aan te horen c.q. af te werken.

Asjemenou!

Nu ben ik in de gelukkige omstandigheid geweest dat ik de Blade One al vaker heb mogen horen, en dat was voorwaar geen straf. Toch begon ik na de eerste nummers een beetje ongeduldig heen en weer te schuiven. Twijfelend aan mijn auditief geheugen zat ik mij af te vragen of ik nu hetzelfde waarnam als dat ik bij de LS50 Meta had gehoord. Daar had ik gelijk een beeld om een puntje aan te zuigen, terwijl de opstelling bij mij thuis allesbehalve optimaal was. Maar de Blades had ik eerder, en zeker nu, in een nagenoeg perfecte omstandigheid gehoord. Toch was de afbeelding echt een stuk beter dan dat het in mijn geheugen zat. Het was kamerbreed, niet raar voor een systeem van deze afmetingen in een ruimte van deze (niet geringe) afmetingen. En het beeld was diep, maar niet te. Ik zat in de muziek, werd er onderdeel van. Maar dan op een volstrekt natuurlijke manier. Stemmen en instrumenten werden in de juiste proporties voor mij afgebeeld (op een pianopassage na dan, maar dat zat in de opname). Opvallend was de eenheid, de afwezigheid van welke vervorming dan ook, de dynamiek. En dat laag. Het imponeerde door vanzelfsprekendheid en de afwezigheid van aanwezigheid. Voor een groot systeem als de Blade One Meta een prestatie van jewelste, naar mijn bescheiden mening. En toen schakelde die nare mensen van Listening Matters over van de toch al niet misselijke Hegel naar de Progression S350 van vriend Dan D’Agostino. Gelijk werd een aantal zaken duidelijk. Het meesterschap van Dan the Man, maar vooral toch het vermogen van de nieuwe Blades om onmiddellijk mee te groeien. Alles wat ik zojuist beschreven heb in de beleving van de Blade One Meta werd met het grootste gemak één, zoniet twee tandjes hoger neergezet. Minder bescheiden ga ik nu zelfs nog wat verder in mijn uitspraken. Ik heb de Blades gewoon nog nooit zó goed horen spelen. Zoals Loeki de Leeuw zou concluderen: asjemenou!

Wil je de rest van het artikel lezen? Koop dan HVT of download onze kiosk voor Android of iOS